‘We vergeten steeds hoeveel boeken we hebben geschreven’
Het geheugenspel. Ineens waren ze er. Zeven jaar nadat Nicci Gerard en Sean French trouwden, kwamen ze met hun allereerste thriller. Een psychologische thriller nog wel. Het debuut werd wereldwijd een bestseller. Kortgeleden kwam hun 29e boek uit, What She Left Behind, in Nederland verschenen onder de titel Verkeerde afslag. Reden genoeg om eens uitgebreid met beiden om tafel te gaan en behalve over hun grote successen ook over het mooie Engeland te praten en over de veranderingen die zij signaleren in hun land.

Het nieuwste boek van het tweetal, dat tegelijkertijd in Oxford English Literature studeerde, maar elkaar daar niet tegenkwam, is weer van vertrouwde kwaliteit. Na Frieda Klein is het nu Maud O’Connor die vanuit London naar het imaginaire plaatsje Brookstead wordt gestuurd om een schijnbaar eenvoudige moord formeel op te lossen en daar vanzelfsprekend onverwachte ontdekkingen doet. Ook in Verkeerde afslag zijn het de bekende Nicci French-thema’s die zorgen voor een succesvolle cocktail van angst voor verlies, depressiviteit, onveiligheid en wantrouwen. De vraag rijst dan ook of Nicci en Sean putten uit een bestaande verzameling plots of altijd starten met deze gewenste karaktereigenschappen van de hoofdpersonen, zoals de depressiviteit van de echtgenoot van Amy Barton in Verkeerde afslag.

‘Dat verschilt per boek. Heel vaak is het gewoon zo dat we een idee hebben: wat als dit gebeurt? En het kan heel simpel zijn. Je tienerdochter wordt vermist. Wat doe je dan? Dan beginnen we te praten over hoe het verhaal zou kunnen eindigen. Wat zou de climax zijn? Wat is de reis? Zie het als een reis, dat is het begin. Maar het is ook echt belangrijk om te bedenken: hoe moet dit eindigen? Wat voor soort mensen moeten er in voorkomen? Waar speelt het zich af? En omdat we ongeveer één boek per jaar schrijven, hebben we een soort ritme.
We hebben al vele jaren de traditie dat we in september ergens heen gaan, bijvoorbeeld naar Italië of Zuid-Frankrijk. We gaan dan een week of tien dagen wandelen. Van plek naar plek gaan. Het is voor ons een prachtige manier om na te denken en te praten. En tegen het einde daarvan hebben we al een kiem van een idee en praten we en praten we terwijl we wandelen en werken we het uit en denken we na: doen we dit of dat? Meestal hebben we tegen de tijd dat we terugkomen al een soort basis voor iets.
Elk boek heeft een andere bron. Soms is het een soort “wat als?”. Dus soms beginnen we met een verhaal, soms beginnen we met een situatie en soms beginnen we met een personage.
We beginnen bijvoorbeeld met het idee van iemand die een psychotische inzinking heeft gehad en een soort hallucinaties heeft, dus ze is als het ware de ultieme onbetrouwbare verteller. Ze vertrouwt zichzelf niet eens. Ze is getuige van iets, maar zelfs zij weet niet of ze het goed heeft gezien of dat het een soort onderdeel is van de problemen die ze in haar hoofd heeft.’

Het hele artikel van Aernoud Oosterholt lees je in de zomer-uitgave van Great Britain magazine. Overal te koop, hier te bestellen: https://magazinegreatbritain.nl/bestellen/